Ik vermeldde ons reisje al eens, maar hier toch een iets langer verslag...
1 mei is een vrije dag, ook in Spanje. Op maandag 30 april had ik bijna geen les, dus beslisten Aurélie en ik dat we het wel eens verdiend hadden. We wilden op reis. Vier dagen vrij, dat is ons niet vaak gegund. (Vooral niet zonder een examen heel kort erop)
Heel Spanje passeerde de revue: Andalucía staat al sinds het begin van het jaar op het to-do-lijstje, maar is toch te ver en te groot voor 4 dagen. Even dachten we te gaan surfen met een bendeke Duitsers, maar er waren al 10 gegadigden voor de 5 plaatsen in de auto, dus lieten we dat ook maar varen. San Sebastian/Bilbao/Santander leek ineens een beetje duur…
Het werd dus Galicië.
Op zaterdag uitslapen (ook nodig na een drukke periode) en daarna de bus op. Spanje is groot, realiseer ik me. Op de kaart ziet Vigo er helemaal niet zo ver uit (Oviedo is het dikke groene kruis, Vigo ligt net boven Portugal), maar tussen half 4 en 10 op de bus: dat zijn best veel uren. Daar aangekomen konden we het niet laten toch al even de stad in te dwalen. We waren op reis, he. Na wat rondgeslenter in het eerste beste cafeetje binnengewaaid… En wat blijkt? Ze kenden wat van bier, en van de 25 biersoorten op de kaart, was meer dan de helft (16!) Belgisch bier. Aurélie en ik delen dan wel niet dezelfde moedertaal, maar onze liefde voor Belgisch bier zeker wel. (Vooral in het buitenland, he) Op de foto: ik met mijn Duvel en Aurélies kriek. Een leuk begin van ons minireisje.

Op zondag toch vroeg op: we wilden de eerste boot richting “las islas Cíes” nemen. Na de boottocht van een uur kwamen we in het paradijs terecht. Prachtige stranden, veel vogels (vooral meeuwen, eigenlijk… Maar dat zijn ook vogels), een steeds-veranderende natuur. Geuren van bos, van weiland, van zee. Elke nieuwe heuvelrug had andere planten en kleuren… Echt leuk.

In de loop van de dag werd het zelfs warm… En ja, hoor. We hebben gezwommen… (maar die foto's zijn minder elegant ;-) )

Tijdens de boottocht terug begon het te regenen. Het is niet meer gestopt voor de rest van onze reis. (of toch nooit langer dan een half uur.)
Vigo zelf bezochten we zondagavond, in de regen. De meeste steden worden maar een troosteloos boeltje als de hemel grijs en de grond nat is. Vigo is daar zeker geen uitzondering op… (al heb ik wel een postkaartfoto)

Ook Santiago liet op maandag een beetje een troosteloze indruk na. Mooi, dat zeker. En de sfeer in de alberge de peregrinos was zeker fantastisch. Ik voelde me een beetje een indringer. Iedereen daar had het allemaal te voet gedaan. Kilometer na kilometer. Dag na dag. Als enig doel de volgende herberg bereiken. Het afzien van modder en regen. Maar ook het samen-beleven… Ik vond het hemels om een stukje te mogen proeven van de sfeer, van te babbelen in alle talen die ik machtig ben (jaja, zelfs een eindje in het Duits. Al was daar veel handen- en voetenwerk bij), van in de reusachtige slaapzaal te slapen, van thee te drinken, en later samen een fles wijn soldaat te slaan. De Camino van Santiago staat al lang op mijn lijstje, maar is die dag een beetje hoger gerangschikt geraakt.

(Aurélie voor de kathedraal van Santiago, met de paraplu in de hand -uiteraard-)

Ik aan de kust van A Coruña.
Hoewel de stad veel van zijn schoonheid verloor door de regen, bleef de zee massas interessant en indrukwekkend.
De kracht van het water, gebroken door de niet-opgevende rotsen ("Een rots in de branding" Nooit eerder bedacht ik hoe waar de vergelijking is)... Mooi-mooi-mooi